Aan het begin van onze relatietherapie met stellen, laten we het filmpje ‘still face’ zien. Waarom we dat doen is omdat ons inziens dit het beeld is van iedere relatie. Het is een kort filmpje over een moeder met haar kind. Het begint met een relaxed samen-zijn van de twee. De moeder is gericht op het kind, door haar taal aan te passen aan het kind dat kraait van plezier. Anders gezegd de moeder synchroniseert op het kind. Dit aanpassen van de moeder aan het kind is belangrijk omdat daardoor het kind gefocust kan zijn op de uiting van zijn eigen hart en zich niet hoeft aan te passen aan het hart van de moeder. Het is een beeld van veilig en onbevangen samenzijn, van intimiteit en vrijheid. Moeder en kind zijn toegankelijk, responsief en betrokken op elkaar. Een situatie waar, als het goed is, het leven mee begint. Het kind kent in de moeder een ‘veilige haven’ en een ‘solide basis’, waarvan uit het kind de wereld kan gaan ontdekken. De moeder past zich aan aan het kind door haar lichaamstaal, haar taal en door voor een veilige setting te zorgen. In deze context hecht het kind veilig; het kan zijn emoties kwijt en het voelt zich begrepen.

Dan na een paar minuten draait de moeder zich om en verstrakt. Zij reageert niet meer op de uitingen van het kind met als gevolg dat het kind zich niet meer betrokken voelt op de moeder. Deze verstrakking kan voor van alles en nog wat staan of kan door van alles en nog wat komen. Angst, drukte, de onderlinge relatie, verslaving of in beslag genomen worden door iets anders, bijvoorbeeld je ‘smartphone’, zijn een paar mogelijkheden. Er zijn ook ‘still face’ experimenten in speeltuinen of sportvelden waarbij de ouder zodanig gefocust is op zijn smartphone dat er ook een soort verstrakking optreedt naar het kind. Voor het kind is het een koude douche. Het zoekt oogcontact maar krijgt het niet, het wil dat de ouder zijn doelpunt ziet, of dat het van een hoge glijbaan af durft te gaan. Het kind probeert op allerlei manieren de aandacht van de moeder of de vader te krijgen; het strekt zijn armpjes uit naar de ouder; het wordt boos, verdrietig maar ook angstig. Snel daarna begint het dan ook te huilen, de ouder zou het kunnen typeren als ‘moeilijk gedrag’, het kind raakt zelfs min of meer in paniek. Een soort existentiële paniek maakt zich van het kind meester doordat er niet op haar of hem gereageerd wordt.

Het duurt niet lang of de moeder draait weer bij en in een paar tellen is het kind weer vrolijk en hervat het intieme en vrije leven van de situatie ervoor. De moeder is weer op het kind gericht, zij synchroniseert op het kind en de betrokkenheid herstelt zich weer snel. Het kind voelt zich weer veilig en begrepen. Oogcontact en lichaamstaal zorgen voor intimiteit.

Emotioneel laat het filmpje zien waar het in relaties omdraait! Je ziet in het klein wat er in het groot gebeurd. We beginnen verliefd, eerste liefde, en weten ons haast symbiotisch op de ander betrokken. Stellen beginnen haast altijd vol enthousiasme en toewijding.

Vervolgens kan het leven onze betrokkenheid roven door van alles en nog wat. Slechte nachten omdat de kinderen wakker worden, de druk van het werk, de onderlinge relatie; talloze zaken kunnen genoemd worden, maar ook het anders zijn van de ander valt hieronder en kan zo geïnterpreteerd worden dat je de ander niet begrijpt en je dus niet betrokken voelt. Ouder en kind, of de partners in een relatie, verliezen hun betrokkenheid op elkaar en doen van alles om de aandacht van de ander weer te krijgen. Er kan eenzaamheid ontstaan, zelfs existentiële, overstijgende, verlating en eenzaamheid kan gevoeld worden.

Edward Munch’ heeft dit voor mijn gevoel aangrijpend in beeld gebracht met zijn schilderij ‘de schreeuw’. Dit is een voorbeeld van zo’n ‘still face’ situatie. ‘Still face’ gaat niet alleen op voor de relatie-tussen mensen, tussen partners of ouder en kind, maar ook voor de relatie met God. ‘De schreeuw’ of ‘existentiële paniek’ laat zien wat er gebeurd als we geen betrokkenheid ervaren in ons leven. De inspanning en de uitingen van het kind zijn mens-eigen; we willen betrokkenheid voelen en rusten niet eerder als dat weer het geval is; niet alleen in menselijke relaties maar ook in de ons overstijgende relaties en uiteindelijk onze relatie met God. We kunnen niet lang op ‘zichzelf’ leven. Als die betrokkenheid niet gevoeld wordt raken we in paniek of worden eenzaam en weten we eigenlijk niet wat we ermee aan moeten. Bewustwording hiervan is een eerste stap op de weg terug; dit onbevangen aan de ander kenbaar maken is moeilijk, maar hierdoor ontstaan toegankelijkheid en kwetsbaarheid. De volgende stap is een gesprek op gang brengen waarbij dit gemis aan betrokkenheid bespreekbaar gemaakt wordt. Uiteindelijk kunnen alleen ‘toegankelijkheid’ en ‘responsiviteit’ – de laatste is het reageren op die toegankelijkheid – onze betrokkenheid vergroten.

In volwassenheid moet je op een existentieel niveau responsiviteit vinden. Geestelijk gesproken is Christus daarvoor gekomen.  In ‘de schreeuw’ zien we de mensheid die met uitgestrekte armen naar de hemel reikt. In het oogcontact met Christus – het gezicht van God – laat Hij Zijn betrokkenheid op ons zien! Ook door mensen die hun armen naar ons uitstrekken, voelen zij en wij dat we er niet alleen voor staan, ook al zijn ze anders.  

Dordrecht

27 september 2023